De aanpak van illegale IPTV is niet alleen ondermaats en ineffectief, maar ook schadelijk voor legale providers en websites.
Dat is de belangrijkste conclusie uit een rapport van het Centre for European Policy Studies (CEPS) over de bestrijding van illegale IPTV-diensten binnen Europa. In dit onderzoek wordt gekeken naar de aanpak van landen als Frankrijk, Spanje en Italië, waar de strijd tegen illegale streamingplatforms de afgelopen jaren flink is opgevoerd. Op basis van die praktijkvoorbeelden plaatst CEPS kritische kanttekeningen bij de effectiviteit van de huidige Europese strategieën, die grotendeels gericht zijn op het blokkeren van toegang tot deze diensten.
Huidige maatregelen blijken beperkt effectief
Hoewel overheden en rechthebbenden steeds meer middelen inzetten — zoals blokkades via internetproviders, DNS-restricties en het bemoeilijken van VPN-gebruik — blijkt in de praktijk dat deze maatregelen vaak slechts tijdelijk effect hebben. Gebruikers weten blokkades relatief eenvoudig te omzeilen door alternatieve DNS-servers, VPN-verbindingen of nieuwe domeinen te gebruiken. Illegale aanbieders spelen hier snel op in en verschijnen vaak binnen korte tijd weer via andere kanalen.
Daarnaast wijst het rapport op ongewenste neveneffecten van deze aanpak. Zo kunnen legitieme diensten onbedoeld geraakt worden door grootschalige blokkades. In Spanje wordt bijvoorbeeld verwezen naar acties van LaLiga, waarbij duizenden volledig legale websites tijdelijk onbereikbaar werden. De oorzaak lag in het feit dat deze websites dezelfde technische infrastructuur deelden — bijvoorbeeld via CDN-diensten zoals Cloudflare — met illegale aanbieders. Dit soort overblokkering ondermijnt volgens CEPS het vertrouwen in de maatregelen.
Oneerlijke verdeling van kosten en verantwoordelijkheden
Een ander belangrijk punt van kritiek in het rapport is de scheve verdeling van lasten binnen het huidige systeem. Internetproviders worden steeds vaker verplicht om blokkades technisch te implementeren en te onderhouden. Dit brengt extra werk, complexiteit en kosten met zich mee. In Nederland gaat het bijvoorbeeld om partijen zoals Ziggo, KPN en Odido.
Volgens CEPS ligt de verantwoordelijkheid echter onevenredig bij deze tussenpartijen. Rechthebbenden dringen aan op strengere handhaving en blokkades, maar dragen zelf nauwelijks bij aan de uitvoering of de kosten. Ook de risico’s van fouten — zoals het onterecht blokkeren van legale diensten — komen grotendeels bij de providers terecht.
Focus moet verschuiven naar beter legaal aanbod
CEPS pleit daarom voor een fundamentele koerswijziging. In plaats van vrijwel uitsluitend in te zetten op technische handhaving, zou er meer aandacht moeten komen voor het versterken van het legale aanbod. Denk aan betere prijsmodellen, gebruiksvriendelijkere platforms en bredere beschikbaarheid van content. Het idee is dat consumenten minder geneigd zijn om illegale alternatieven te gebruiken wanneer legale opties aantrekkelijker en toegankelijker zijn.
Deze aanbeveling kan worden gezien als een duidelijke kritiek richting rechthebbenden, die volgens het rapport te veel leunen op repressieve maatregelen en te weinig investeren in concurrentiekracht.
Kritiek op onafhankelijkheid van het rapport
Tegelijkertijd plaatst CEPS zelf ook een belangrijke kanttekening bij de interpretatie van het rapport. De financiering ervan roept namelijk vragen op over de onafhankelijkheid. Het onderzoek is mede bekostigd door het moederbedrijf achter VPN-provider NordVPN. Opvallend is dat juist het blokkeren of beperken van VPN-gebruik door rechthebbenden in het rapport stevig wordt bekritiseerd. Dit kan de indruk wekken dat er sprake is van een belangenconflict, wat de objectiviteit van sommige conclusies mogelijk beïnvloedt.
